• Buro Letselschade

Een onschuldige/impulsieve duik met grote gevolgen.


De zomer van 2022 was een extreem warme en zonnige zomer. Om de hitte draaglijk te maken zochten mensen massaal verkoeling op bij meren, plassen en stranden verspreid door heel Nederland. Want als de temperaturen stijgen wil je natuurlijk niets liever dan een verfrissende duik nemen toch?


Maar zo’n frisse duik kan ook levensgevaarlijk zijn. Zo liep vorige zomer een jongen van 20 jaar een dwarslaesie op als gevolg van een duik in ondiep water van het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Hij is verlamd tot aan zijn schouders en is afhankelijk geworden van een rolstoel. Wat een onbezorgde zomerdag moest worden, veranderde zo binnen enkele seconden in een rampzalige situatie.


Aansprakelijk?

Volgens verzoeker zouden er onvoldoende maatregelen genomen zijn om springen en/of duiken in het ondiepe water te voorkomen. Hierdoor zouden ze volgens hem niet hebben voldaan aan de op hen rustende zorgplicht. Verzoeker stelt daarom recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer (RAUM) en de provincie als beheerder en toezichthouder van het recreatiegebied Dorregeest geheel aansprakelijk voor de gevolgen van het duikongeval.


Standpunten

Er waren ten tijde van het ongeval geen waarschuwingsborden aanwezig om het publiek over de diepte van het water te informeren. RAUM erkent daarmee dat onvoldoende voorzorgsmaatregelen waren getroffen en heeft de aansprakelijkheid erkend. Echter, volgens RAUM was het duikongeval ook te wijten aan het slachtoffer zelf en stellen een vergoedingsplicht te hebben van 50%.


Verzoeker houdt vast aan 100% vergoedingsplicht en heeft aangekondigd een deelgeschil te starten.


RAUM doet een poging om een deelgeschil af te wenden en heeft aangeboden om 70% van de in redelijkheid toe te rekenen schade te vergoeden. Verzoeker kan zich hier niet in vinden en stapt naar de rechter.


Beoordeling

De rechter oordeelt dat er sprake is van een eigen schuld van de verzoeker en dat hij daarom geen recht heeft op vergoeding van al zijn schade. Onder de aanwezige omstandigheden heeft verzoeker een te groot risico genomen met zijn impulsieve duik. Mede gezien zijn leeftijd mocht er van hem verwacht worden dat hij oplettender en voorzichtiger zou zijn.


RAUM heeft erkend in de causale verdeling voor 50% aan het ontstaan van de schade van verzoeker te hebben bijgedragen. Daarvan gaat de rechtbank dan ook uit. Aangezien verzoeker een ernstig ongeval is overkomen, en dat de gevolgen en daaruit voortvloeiende schade voor hem groot zijn, past de rechter wel een billijkheidscorrectie toe. De rechter verhoogt het percentage met 30%. Deze correctie is vastgesteld op basis van de ernst van de wederzijds gemaakte fouten, de aard en ernst van het blijvende letsel op jonge leeftijd en het gegeven dat RAUM verzekerd is voor soortgelijke schade.


Conclusie

De omvang van de aansprakelijkheid aan de zijde van RAUM wordt vastgesteld op 80%. RAUM dient zodoende 80% van de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade van verzoeker als gevolg van het ongeval te vergoeden. 20% van de schade blijft dus voor eigen rekening van verzoeker.


Van de verdeling op grond van wederzijdse causaliteit kan dus op basis van billijkheid worden afgeweken en kan het schadevergoedingspercentage worden aangepast. Dit dient per zaak te worden bekeken en beoordeeld aan de hand van de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere feiten en omstandigheden.


Bron; Rb. Noord-Holland 07 juli 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:5915.


90 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven