top of page
  • Foto van schrijverBuro Letselschade

Richtlijn studievertraging in de praktijk

In onze letselschadepraktijk staan wij regelmatig slachtoffers bij die ten gevolge van een overkomen ongeval of voorval studievertraging oplopen. Indien een slachtoffer studievertraging oploopt, heeft dit vaak verregaande gevolgen voor de toekomst van het slachtoffer. In deze blog wordt stilgestaan bij deze schadepost en hoe deze schade (in de meeste gevallen) wordt berekend.

 

Richtlijnen

 

Ingeval een persoon betrokken raakt bij een ongeval en een ander hiervoor aansprakelijk is, kan de schade die daaruit voortvloeit worden verhaald op de aansprakelijke partij of op diens verzekeraar. De schade valt onder te verdelen in materiële schade en immateriële schade. Immateriële schade, ook wel smartengeld, is de schade die is veroorzaakt door verdriet, geestelijk gemis en de gederfde levensvreugde. De materiële schade betreft de schade die vaker is uit te drukken in geld. Maar dit hoeft niet, zoals bij ‘verplaatste schade’.

 

In beginsel dient te materiële schade concreet begroot te worden. Dit houdt in dat er gekeken wordt naar de daadwerkelijk geleden materiële schade. Echter, als dit niet mogelijk en/of haalbaar is, zal in de meeste gevallen gebruik worden gemaakt van Richtlijnen. Deze Richtlijnen zijn opgesteld door De Letselschade Raad.

 

Er zijn verschillende Richtlijnen voor verschillende schadeposten. Onder meer voor reiskosten (kilometervergoeding), huishoudelijk hulp, zelfwerkzaamheid, een ziekenhuisopname-vergoeding en studievertraging.

 

De Richtlijn Studievertraging

 

De Richtlijn Studievertraging voorziet in normbedragen voor een schadevergoeding indien een ongeval, medisch incident of misdrijf leidt tot studievertraging. Onder schade wegens studievertraging wordt verstaan de schade die optreedt doordat een slachtoffer één jaar later op de arbeidsmarkt actief zal zijn. Het dient dan wel te gaan om een situatie dat de opleiding is afgebroken door het ongeval.

 

Het schadebedrag kan worden bepaald op grond van de Richtlijn. Het schadebedrag kan daarbij slechts succesvol worden verhaald indien het slachtoffer in de hypothetische situatie zonder ongeval geen studievertraging zou hebben opgelopen. Dit laatste blijkt in de praktijk nog niet zo gemakkelijk te onderbouwen.

 

Studievertraging in de praktijk

 

Bij dezen zal ik een tweetal uitspraken uiteenzetten ter zake de gevorderde studievertraging en waarbij de rechter de gevorderde studievertraging wel toewees.  

 

Allereerst een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.[1] Een mbo-student werd tijdens het laatste jaar van zijn opleiding neergestoken. De dader werd hiervoor strafrechtelijk veroordeeld. Ondanks dit incident heeft het slachtoffer zijn mbo-opleiding succesvol afgerond en is vervolgens begonnen aan een hbo-opleiding, waar hij een jaar vertraging opliep. Volgens de studentendecaan kwam deze vertraging door de mentale gevolgen van het steekincident. De rechtbank oordeelde dat deze mentale klachten ervoor zorgden dat het slachtoffer onvoldoende studieresultaten behaalde in het eerste jaar van zijn hbo-opleiding. De rechtbank verwierp het verweer dat hij ook zonder het incident het eerste jaar niet zou hebben gehaald. Achteraf valt immers nooit meer met zekerheid vast te stellen of het slachtoffer zonder mishandeling zou zijn overgegaan naar het tweede jaar, aldus de rechtbank. De studievertraging is derhalve op grond van de Richtlijn toegewezen.

 

Bij de tweede casus overwoog de rechtbank Noord-Holland in 2024 dat het slachtoffer studievertraging heeft opgelopen door een steekincident.[2] Bij dit steekincident liep het slachtoffer aanzienlijk letsel op. De fysiotherapeut verklaarde daarover dat het slachtoffer voor 100% beperkt is voor de activiteit studeren. De rechtbank wees de studievertraging toe op grond van de Richtlijn.

 

Tot slot

 

De Richtlijn Studievertraging biedt een belangrijk kader voor het verhalen van schade als gevolg van studievertraging door onder andere ongevallen, medische incidenten of misdrijven. Hoewel de Richtlijn duidelijkheid en uniformiteit biedt, is het in de praktijk soms lastig om aan te tonen dat de studievertraging uitsluitend door het ongeval is veroorzaakt. De twee uitspraken illustreren echter dat rechters bereid zijn om studievertraging toe te wijzen wanneer er voldoende onderbouwing is van de impact van het incident en de schade die daardoor ontstaat.

 

Vragen?

 

Hebt u vragen op het gebied van aansprakelijkheid, schade en verzekeringen, dan kunt u altijd vrijblijvend telefonisch contact met ons opnemen. Wij denken namelijk graag met u mee.

  


[1] Rb. Midden-Nederland 22 januari 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:3196.

[2] Rb. Noord-Holland 2 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3190



Comments


bottom of page