• Buro Letselschade

Gymleraar aansprakelijk voor ongeval?

De enkele omstandigheid dat zich een ongeval voordoet tijdens de gymles – ongeacht de ernst van het letsel – is in beginsel onvoldoende om de gymleraar succesvol aansprakelijk te stellen. Tijdens een gymles kunnen nu eenmaal ongelukken gebeuren. Met een deelname aan een gymles wordt het risico op het ontstaan van ongevallen dan ook aanvaard. Anderzijds kan een gymleraar aansprakelijk worden gehouden indien hij zijn zorgplicht heeft geschonden. In deze blog wordt daar nader op ingegaan.


Casus


Recent heeft de rechtbank zich in een concreet geval uitgelaten of een gymleraar aansprakelijk kon worden gehouden voor een ongeval dat heeft plaatsgevonden tijdens de gymles.[1] De zaak betrof kortgezegd een kind dat in plaats van een hurk(wend)sprong over een kast uit het niets een salto vanaf de kast maakte. Bij de landing kwam zijn knie in botsing met zijn gezicht, ter hoogte van zijn oogkas en neus. Het kind stelt dat hij daardoor een whiplashachtige beweging heeft gemaakt met fysieke, cognitieve en psychische klachten als gevolg.


Verwijten


Het kind maakt de gymleraar een drietal verwijten:

  1. De gymleraar had niet drie activiteiten tegelijkertijd mogen laten plaatsvinden tijdens de gymles, omdat er slechts één docent aanwezig was en de activiteit met de kast risicovol is. Daardoor kon de gymleraar geen adequaat toezicht uitoefenen.

  2. De gymleraar heeft geen, dan wel onvoldoende adequaat toezicht gehouden tijdens de les, omdat hij op zijn laptop aan het werk was.

  3. De gymleraar heeft geen adequate nazorg verleend.


Overwegingen rechtbank


Verwijt 1


Ten aanzien van het eerste verwijt overwoog de rechtbank dat het onderverdelen van een gymles in drie verschillende activiteiten niet per definitie betekent dat de gymleraar geen adequaat toezicht kon uitoefenen. De rechtbank heeft rekening gehouden met de omstandigheden dat de gymzaal uit één ruimte bestond zonder grote, brede of hoge obstakels zodat de gymleraar de ruimte goed kon overzien. Daarnaast maakte het kind een salto van de kast, terwijl dat duidelijk niet de bedoeling was. De gymleraar hoefde er niet op bedacht te zijn dat het kind dat zou doen. De gymleraar hoefde dan ook geen rekening te houden met de risico’s die gepaard gaan zouden kunnen gaan met het maken van een salto. Kortom, de gymleraar heeft verantwoord gehandeld.


Verwijt 2


Verder overwoog de rechtbank dat het werken op een laptop in principe onderdeel uitmaakt van de gymles. Bovendien was de gymleraar zo gaan zitten dat hij de gehele zaal kon overzien alsmede de geluiden uit de zaal kon waarnemen. Van een gymleraar hoeft niet te worden verlangd dat hij constant, dan wel frequent zijn blik heeft gericht op de activiteit, ter voorkoming dat een kind mogelijk een salto maakt. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de omstandigheden dat de groep bekend was met de oefening met de kast, het een rustige en prettige groep was en dat het verbod op het maken van salto’s bekend was bij de groep.


Verwijt 3


Met betrekking tot het laatste verwijt was de rechtbank het niet met het kind eens dat de gymleraar had moeten vermoeden dat er sprake was van ernstig letsel. Gelet op de omstandigheden dat het kind niet buiten bewustzijn is geweest, aanspreekbaar was, zelf naar de gymleraar toeliep en aangaf dat hij slechts last had van de plek waar zijn knie zijn gezicht had geraakt en een bloedneus én zich zelfstandig heeft omgekleed waarna hij naar de klas is gelopen, kon geen gebrekkige coördinatie, duizeligheid of een verstoord evenwicht uit worden afgeleid.


Conclusie


Al met al treffen de verwijten zijdens het kind geen doel. Aangezien de gymleraar zijn zorgplicht niet heeft geschonden, kan hij niet aansprakelijk worden gehouden voor de letselschade van het kind.


Tot slot


Heeft u een vraag over letsel dat is ontstaan tijdens een sport- of spelsituatie? Of heeft u een vraag over een aansprakelijkheidskwestie? Leg uw vraag vrijblijvend voor aan een van onze specialisten.

[1] Rb. Oost-Brabant 16 februari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:466.

19 weergaven0 opmerkingen